Was ’t nou kip of pik?

Samen met mijn schoonvader stond ik van de week bij mijn Oma. We mochten de aanhanger lenen uit de schuur om alle spullen van Edgar, de liefde van mijn leven en ikzelf naar Groningen te verhuizen. Bij het weggaan liep Oma mee naar buiten. Ze drukte me even tegen haar aan en gaf me een zoen. Ik draaide me om en maakte aanstalten om de deur van de auto open te doen. Zachtjes, maar hard genoeg zodat Pa Klip dat ook kon horen, vroeg ze:

“Hoe heetten ze ook alweer? Van Edgar? Was ’t nou kip of pik?”
“Klip, oma. Klip.”

Mijn schoonvader keek alsof hij ter plekke de aanhanger in elkaar wilde slaan maar dan op een passief-depressieve manier.  Ik probeerde er een handig ezelsbruggetje aan vast te maken. “Denk aan paperclip, oma.” Maar dat maakte de situatie bij mijn schoonvader helaas erger.

“U moet het wel goed onthouden, oma, want straks heet ik ook zo.”

Opeens werd ze heel intens. Met tranen in haar ogen zei ze: “Nou, dat hoop ik echt. Daar bidden opa en ik heel vaak voor.”

We reden weg en ik probeerde Pa weer wat op te beuren. Toen Edgar die middag in een drolletje stapte en daarmee de aanhanger inliep, hebben we het mooi laten zitten. Zo. Dat zal oma leren.